vrijdag 19 augustus 2011

Preek 19e zondag door het jaar A

Hoi,

Onderstaande preek heb ik 2 weken geleden in een verzorgingshuis gedaan.
Ik was er erg trots op.


Preek 19e zondag door het jaar A.

Broeders en zusters,

Vakantietijd betekent voor ons vaak dat wij met het gezin richting Engeland gaan. Met een zus die in Engeland woont is het makkelijk om vanuit haar huis allerlei leuke activiteiten te gaan doen met de kinderen. De laatste jaren doen wij dit vooral met auto en boot. En vooral dat reizen met de boot is een welkome afwisseling en is best wel spannend voor de kinderen en stiekem ook voor ons.

Met het evangelie van vandaag in mijn achterhoofd ben ik eens wat dieper gaan nadenken over dit reizen met de boot en hoop ik u met een aantal gemakkelijke voorbeelden een diepere uitleg te kunnen geven van de lezingen.

Ons leven wordt weleens vergeleken met een bootreis. En dat is ook niet verwonderlijk. Een bootreis heeft altijd een vast doel. Je wilt van punt a naar punt b en probeert daar zo veilig mogelijk en snel mogelijk te komen. Zo zien we dat ook in ons leven. Vanaf onze geboorte leven we om ooit eens te sterven. Een reis die niet altijd even makkelijk is.  er kunnen stormachtige dagen maar ook rustige dagen.  Als we terugkijken op ons leven kunnen we allemaal wel een punt naar voren halen dat we het gevoel hadden totaal geen macht meer te hebben over ons leven. Dat alles tegenzit. Terugkijkend vragen we ons dan vaak af waar God is te midden van al dat geweld en tegenslag. Waarom redt hij mij nu niet? Waarom moet ik dit meemaken terwijl ik toch heel mijn leven trouw ben geweest aan Hem en alles heb gedaan wat Hij mij geleerd heeft? Waarom maakt Hij het me nu dan zo moeilijk? Onze eerste lezing geeft ons antwoord. God is niet aanwezig in natuurgeweld zoals stormen, aardbevingen en bliksemstormen. God is aanwezig in de zachtste bries, in de verkoelende wind op een warme dag. God is zachtmoedig en vol medelijden. De apostelen mochten dat aan den lijve ondervinden in hun bootje. Want te midden van het geweld van de wind, de storm en de hoge golven wandelt de zachtmoedige Heer rustig naar de apostelen toe en stelde ze gerust: Ik ben het, vreest niet.

Op onze levensboot betekent dit dat als wij problemen ondervinden, als de eenzaamheid toeslaat; als onze levenspartner ziek wordt of komt te overlijden; als onze eigen gezondheid ons parten speelt, God ons de helpende hand biedt. Zachtmoedig maar tegelijkertijd krachtig.

Een tweede punt waar ik aan moest denken bij de vergelijking met een bootreis was het feit dat er altijd één kapitein aan boord moet zijn. Iemand die de baas is aan boord en waar iedereen naar moet luisteren. Vroeger, maar volgens mij ook tegenwoordig, stond het niet luisteren naar de bevelen van de kapitein gelijk aan muiterij. Een zwaar vergrijp op militaire schepen. Dat is ook niet verwonderlijk. Maar wie is in ons leven de kapitein. Wie is echt de baas van onze levensreis? Voor ons Christenen is dat God. Maar dat is soms heel moeilijk voor ons. We willen zelf zo graag aan het roer staan. Zelf bepalen waarheen de reis gaat en hoe de reis gaat verlopen. Maar hoe kunnen we bepalen waar de reis naar toe moet gaan als we niet weten waar het doel is, als we geen richting weten waar we naar toe moeten varen? Zelf aan het roer staan betekent  vaak doelloze rondjes draaien omdat we ons niet kunnen oriënteren of varen naar wateren waar we gevaar lopen. God als kapitein betekent Hem als doel hebben. Met Hem samen varen naar veilige wateren. Ook de apostelen, en met name Petrus, ervaren dat aan den lijve. God als doel hebben, je richten op Christus, betekent veiligheid en geborgenheid. Samen wandelen over stormachtige wateren zonder kans te hebben te zinken.  Hem compleet vertrouwen ook al stormt het rondom je heen. Maar dat is niet makkelijk. Petrus wordt bang bij het zien van de storm en het onrustige water en begint te zinken. Ik denk voor ons heel herkenbaar.  Want het is zo moeilijk om te blijven vertrouwen op onze kapitein, God, als het rondom ons onrustig is, als we te maken hebben met tegenslag.

Nood leert bidden. Zelfs Petrus laat ons zien dat dit heel menselijk is. Hij schreeuwt het uit met angst in de ogen: Heer, red mij! Zouden wij het niet af en toe hetzelfde willen uitschreeuwen? Jezus weet hoe zwak het geloof is van Petrus en Hij weet hoe moeilijk wij het af en toe hebben. Elke keer weer reikt Hij ons zijn reddende hand. Bidden is ons overgeven aan God. Beseffen dat wij zonder Hem, onze kapitein, niets zelf kunnen. Beseffen dat we telkens weer tekort schieten als we Hem niet meer als doel in ons leven hebben en we langzaam beginnen te zinken. Bidden is beseffen dat God ons redt, dat Hij daadwerkelijk om ons geeft. Ons kracht geeft om eenzaamheid te boven te komen, ziekte te dragen, gemis een plaats te geven in ons leven. Bidden is beseffen dat God onze Vader is die over ons waakt en ons veilig van punt naar punt b wil laten varen om ooit samen met Hem ons einddoel te bereiken.

Amen.

De zin van het lijden.


In mijn dagelijks leven, in mijn werk, mijn privé-leven maar ook in de parochie, krijg ik vaak de opmerking: Hoe kan ik nog geloven als ik zie hoeveel leed er is in de wereld? Het is zo moeilijk om tot het geloof te komen, te geloven in God, als men ziet dat de wereld niet een perfecte plaats is. Er is zoveel verdriet, zoveel leed dat door anderen wordt aangedaan. Hoe kan een God dit toestaan?

Ik word diep geraakt door zulke opmerkingen. Niet zozeer omdat deze opmerkingen in een verwijtende zin worden neergelegd, maar meer omdat ik merk dat veel mensen diep van binnen zo graag zouden willen geloven maar dit gewoonweg niet kunnen. Men heeft het idee dat God al hun problemen zou kunnen verhelpen, het weg zou kunnen nemen. Als ze merken dat dit niet zo is dan volgt er voor hen maar één conclusie: Er is geen God.

Eigenlijk bestaat deze gedachte al heel lang. De hele Bijbel staat vol met voorbeelden van mensen, volken, die massaal God de rug toekeren als ze merken dat Hij er, schijnbaar, niet voor hen is. Kijk naar de Joden die net door God bevrijd waren van de Egyptenaren. De wondertekenen die God voor hen deed waren gigantisch: de rampen die over Egypte kwamen; het splijten van de Rode Zee; het geven van eten en drinken in de woestijn. God laat zien dat Hij voor Zijn volk wil zorgen. Gaat het een keer niet zoals het volk het had gewild dan zien we dat ze God niet meer willen herkennen en hun toevlucht nemen naar afgoden die ze zelf nota bene gemaakt hadden.

Ook in de tijd van Jezus zien we dit uiteraard. Zolang Jezus hen Zijn wondertekenen kan laten zien, zolang Hij het volk vertelt over het Rijk van God dat aanwezig is in hun midden volgen ze Hem massaal. Op het moment dat Jezus laat zien dat alles opgeven en Hem volgen de enige manier is om tot het Rijk van God te komen is, verlaten ze Hem schoorvoetend. Zelfs Zijn eigen leerlingen zien het niet meer zitten Hem te volgen op het moment dat Hij opgepakt wordt en veroordeeld wordt tot een afschuwelijke dood.

Mensen zijn geneigd met een gedachte of een overtuiging mee te gaan zolang het hen iets oplevert. Levert het niets op of sterker nog, verliest men er meer mee, dan haken mensen af. Jezus zegt dat we dit moeten doorbreken. Hem volgen betekent alles op te geven voor je naaste. Zelfs als jij jezelf verliest door er voor je naaste te zijn, je naaste boven jezelf te stellen, dan win je het Rijk van God.

God heeft het lijden niet gewild. Nog steeds wil God niet dat we lijden. Het lijden is echter een onderdeel van ons leven. Een mens kan niet zonder het lijden. God laat ons, in Jezus Christus, zien dat Hij ons wil steunen bij het lijden. Dat Hij samen met ons wil lijden. Dat heeft Hij laten zien door als God mens te worden en in alles mens te zijn. Ook in de dood. Het kruis, het lijden, wordt dan niet meer een doelloos teken, maar een teken van ultieme liefde voor de naaste. Jezus laat zien dat als je Hem wilt volgen je zover moet gaan dat jij jezelf opzij zet voor je naaste. Jezelf ondergeschikt maakt voor de ander. Ja zelfs jezelf op te offeren voor de ander.

Hoe kan God toestaan dat er zoveel verdriet en leed is op de wereld? Wij, de mensheid, laten het toe. God laat zien dat het lijden niet doelloos is, maar dat wij door het lijden een teken mogen zijn voor de ander. Hij laat daarbij zien dat het lijden niet het einde is maar een belofte voor Gods ultieme liefde voor de mens: de verrijzenis.

Ik heb in mijn leven de nodige verdrietige momenten meegemaakt. Menigmaal heb ik me afgevraagd waarom God dit kon toelaten. Vaak kon ik pas na dagen, weken en soms zelfs jaren de balans opmaken en merkte ik dat deze ervaringen mijn geloof in God en mijn wens Hem te volgen door mezelf te geven aan Hem en mijn naaste alleen maar versterkt heeft. Dit is niet gemakkelijk geweest maar ik voelde me gesteund door God en de mensen die klaar stonden voor mij in mijn moeilijke momenten. In die moeilijke momenten heb ik God van zeer nabij mogen ervaren. In de troostende schouder van mijn vrouw; in de bemoedigende woorden van mijn pastoor; in de ruimte die mijn kinderen mij gaven als ik dat nodig had. Herkende ik God in die tijd? Nee, maar nu wel. En in volle dankbaarheid denk ik terug aan Zijn aanwezigheid. Tegelijkertijd geeft Hij mij de opdracht hetzelfde te doen voor anderen als zij Hem nodig hebben in hun leven. Daar is God zeer concreet aanwezig. Dat is Jezus volgen.



Als diaken mag ik vaak een steun zijn voor de lijdende mens. Ik mag God bij de mensen brengen en ze de steun van God geven in hun meest kwetsbare, droevige momenten. Op zo’n moment besef ik dat mijn roeping tot het diaconaat een roeping is waarbij ik mezelf steeds meer moet wegcijferen voor God en mijn naaste. Ik moet hierbij vaak aan de woorden van Johannes de Doper denken in Johannes 3, 30: Hij moet groter worden, maar ik kleiner.

Voor mij is dit een centraal thema binnen mijn roeping tot het diaconaat. God heeft mij geroepen om de mensen dichter bij Hem te brengen.

Ik ben trots, dankbaar, maar vooral diep getroffen dat ik de lijdende mens op deze manier de troost van God zelf mag brengen. Ik besef daarbij dat ik dit uiteraard nooit alleen kan. Zonder de hulp van God kan ik niets en ik bid iedere dag dat Gods roepstem door meer mannen wordt gehoord zodat het ambt van diaken en priester weer gedragen wordt door velen.

Ik wil jullie vragen met mij mee te bidden voor roepingen voor het religieuze leven, het priesterschap en het diaconaat. Zodat meer en meer mensen Gods liefde en steun mogen ervaren, vooral in hun meest kwetsbare momenten. Zodat steeds meer mensen zichzelf, net als Jezus, volledig willen opofferen voor Hem en de naaste.

Het voorbeeld van Johannes is een inspiratie voor ons allen, niet alleen voor de diakens of priesters. Johannes roept ons allen op om in dienstbaarheid naar elkaar onszelf niet voorop te stellen, maar de ander. Om zo de lijdende mens God te laten ervaren. Maar ook om God te herkennen in de lijdende mens. Niet voor niets maken we een kruisteken. Hangen we een kruisbeeld in onze huiskamers. Het is het teken dat God in de lijdende mens aanwezig is. Het is het teken dat Hij ons vraagt met Hem mee te lijden. Het is het teken dat het lijden gevolgd wordt door de verrijzenis.

Hoe kan God het lijden toestaan? Hij laat het niet toe. Hij neemt het lijden van de mens over en laat zien dat het lijden zin heeft. In het lijden herkennen we God en weten we dat God in Zijn oneindige liefde heeft gedeeld in ons lijden. Hij laat ons zo zien dat Hij zelf in de lijdende mens aanwezig is. Zijn wij bereid Zijn kruis te helpen dragen?

Het moet wel dwaas zijn om in een God te geloven die het lijden niet wegneemt. Om in een God te geloven die zelfs zegt dat we bereid moeten zijn om net als Hij ons kruis op te nemen. Om je leven te geven voor de ander.

Voor velen is het inderdaad dwaas. Maar het geeft wel een betekenis aan het lijden. Zonder deze betekenis is het leven, het lijden, doelloos en zijn wij een speelbal geworden van het lot die ons soms hard kan treffen.

Het teken van het lijden, het kruis, is dwaasheid. Paulus zelf zegt het in zijn brief aan de Christenen van Korinthe (1 Kor, 23-25): Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, joden zowel als heidenen, is Hij Gods kracht en Gods wijsheid. Want de dwaasheid van God is wijzer dan de mensen, en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.

Ik wil wel als dwaas en onwijs beschouwd worden. Want ik weet dat ik in de ogen van God wijs en sterk bevonden word.



Diaken John Dommeck


Eindelijk een blog.

Hoi allemaal,

Velen hebben mij gevraagd wat meer te vertellen over het leven als diaken in combinatie evntueel met mijn leraar zijn en vader zijn van 3 kinderen.
Graag wil ik dat doen en wil ik de gelegenheid benutten om preken van mij te publiceren.

veel plezier.