Onderstaande preek heb ik 2 weken geleden in een verzorgingshuis gedaan.
Ik was er erg trots op.
Preek 19e zondag door het jaar A.
Broeders en zusters,
Vakantietijd betekent voor ons vaak dat wij met het gezin richting Engeland gaan. Met een zus die in Engeland woont is het makkelijk om vanuit haar huis allerlei leuke activiteiten te gaan doen met de kinderen. De laatste jaren doen wij dit vooral met auto en boot. En vooral dat reizen met de boot is een welkome afwisseling en is best wel spannend voor de kinderen en stiekem ook voor ons.
Met het evangelie van vandaag in mijn achterhoofd ben ik eens wat dieper gaan nadenken over dit reizen met de boot en hoop ik u met een aantal gemakkelijke voorbeelden een diepere uitleg te kunnen geven van de lezingen.
Ons leven wordt weleens vergeleken met een bootreis. En dat is ook niet verwonderlijk. Een bootreis heeft altijd een vast doel. Je wilt van punt a naar punt b en probeert daar zo veilig mogelijk en snel mogelijk te komen. Zo zien we dat ook in ons leven. Vanaf onze geboorte leven we om ooit eens te sterven. Een reis die niet altijd even makkelijk is. er kunnen stormachtige dagen maar ook rustige dagen. Als we terugkijken op ons leven kunnen we allemaal wel een punt naar voren halen dat we het gevoel hadden totaal geen macht meer te hebben over ons leven. Dat alles tegenzit. Terugkijkend vragen we ons dan vaak af waar God is te midden van al dat geweld en tegenslag. Waarom redt hij mij nu niet? Waarom moet ik dit meemaken terwijl ik toch heel mijn leven trouw ben geweest aan Hem en alles heb gedaan wat Hij mij geleerd heeft? Waarom maakt Hij het me nu dan zo moeilijk? Onze eerste lezing geeft ons antwoord. God is niet aanwezig in natuurgeweld zoals stormen, aardbevingen en bliksemstormen. God is aanwezig in de zachtste bries, in de verkoelende wind op een warme dag. God is zachtmoedig en vol medelijden. De apostelen mochten dat aan den lijve ondervinden in hun bootje. Want te midden van het geweld van de wind, de storm en de hoge golven wandelt de zachtmoedige Heer rustig naar de apostelen toe en stelde ze gerust: Ik ben het, vreest niet.
Op onze levensboot betekent dit dat als wij problemen ondervinden, als de eenzaamheid toeslaat; als onze levenspartner ziek wordt of komt te overlijden; als onze eigen gezondheid ons parten speelt, God ons de helpende hand biedt. Zachtmoedig maar tegelijkertijd krachtig.
Een tweede punt waar ik aan moest denken bij de vergelijking met een bootreis was het feit dat er altijd één kapitein aan boord moet zijn. Iemand die de baas is aan boord en waar iedereen naar moet luisteren. Vroeger, maar volgens mij ook tegenwoordig, stond het niet luisteren naar de bevelen van de kapitein gelijk aan muiterij. Een zwaar vergrijp op militaire schepen. Dat is ook niet verwonderlijk. Maar wie is in ons leven de kapitein. Wie is echt de baas van onze levensreis? Voor ons Christenen is dat God. Maar dat is soms heel moeilijk voor ons. We willen zelf zo graag aan het roer staan. Zelf bepalen waarheen de reis gaat en hoe de reis gaat verlopen. Maar hoe kunnen we bepalen waar de reis naar toe moet gaan als we niet weten waar het doel is, als we geen richting weten waar we naar toe moeten varen? Zelf aan het roer staan betekent vaak doelloze rondjes draaien omdat we ons niet kunnen oriënteren of varen naar wateren waar we gevaar lopen. God als kapitein betekent Hem als doel hebben. Met Hem samen varen naar veilige wateren. Ook de apostelen, en met name Petrus, ervaren dat aan den lijve. God als doel hebben, je richten op Christus, betekent veiligheid en geborgenheid. Samen wandelen over stormachtige wateren zonder kans te hebben te zinken. Hem compleet vertrouwen ook al stormt het rondom je heen. Maar dat is niet makkelijk. Petrus wordt bang bij het zien van de storm en het onrustige water en begint te zinken. Ik denk voor ons heel herkenbaar. Want het is zo moeilijk om te blijven vertrouwen op onze kapitein, God, als het rondom ons onrustig is, als we te maken hebben met tegenslag.

Nood leert bidden. Zelfs Petrus laat ons zien dat dit heel menselijk is. Hij schreeuwt het uit met angst in de ogen: Heer, red mij! Zouden wij het niet af en toe hetzelfde willen uitschreeuwen? Jezus weet hoe zwak het geloof is van Petrus en Hij weet hoe moeilijk wij het af en toe hebben. Elke keer weer reikt Hij ons zijn reddende hand. Bidden is ons overgeven aan God. Beseffen dat wij zonder Hem, onze kapitein, niets zelf kunnen. Beseffen dat we telkens weer tekort schieten als we Hem niet meer als doel in ons leven hebben en we langzaam beginnen te zinken. Bidden is beseffen dat God ons redt, dat Hij daadwerkelijk om ons geeft. Ons kracht geeft om eenzaamheid te boven te komen, ziekte te dragen, gemis een plaats te geven in ons leven. Bidden is beseffen dat God onze Vader is die over ons waakt en ons veilig van punt naar punt b wil laten varen om ooit samen met Hem ons einddoel te bereiken.
Amen.
