vrijdag 19 augustus 2011

De zin van het lijden.


In mijn dagelijks leven, in mijn werk, mijn privé-leven maar ook in de parochie, krijg ik vaak de opmerking: Hoe kan ik nog geloven als ik zie hoeveel leed er is in de wereld? Het is zo moeilijk om tot het geloof te komen, te geloven in God, als men ziet dat de wereld niet een perfecte plaats is. Er is zoveel verdriet, zoveel leed dat door anderen wordt aangedaan. Hoe kan een God dit toestaan?

Ik word diep geraakt door zulke opmerkingen. Niet zozeer omdat deze opmerkingen in een verwijtende zin worden neergelegd, maar meer omdat ik merk dat veel mensen diep van binnen zo graag zouden willen geloven maar dit gewoonweg niet kunnen. Men heeft het idee dat God al hun problemen zou kunnen verhelpen, het weg zou kunnen nemen. Als ze merken dat dit niet zo is dan volgt er voor hen maar één conclusie: Er is geen God.

Eigenlijk bestaat deze gedachte al heel lang. De hele Bijbel staat vol met voorbeelden van mensen, volken, die massaal God de rug toekeren als ze merken dat Hij er, schijnbaar, niet voor hen is. Kijk naar de Joden die net door God bevrijd waren van de Egyptenaren. De wondertekenen die God voor hen deed waren gigantisch: de rampen die over Egypte kwamen; het splijten van de Rode Zee; het geven van eten en drinken in de woestijn. God laat zien dat Hij voor Zijn volk wil zorgen. Gaat het een keer niet zoals het volk het had gewild dan zien we dat ze God niet meer willen herkennen en hun toevlucht nemen naar afgoden die ze zelf nota bene gemaakt hadden.

Ook in de tijd van Jezus zien we dit uiteraard. Zolang Jezus hen Zijn wondertekenen kan laten zien, zolang Hij het volk vertelt over het Rijk van God dat aanwezig is in hun midden volgen ze Hem massaal. Op het moment dat Jezus laat zien dat alles opgeven en Hem volgen de enige manier is om tot het Rijk van God te komen is, verlaten ze Hem schoorvoetend. Zelfs Zijn eigen leerlingen zien het niet meer zitten Hem te volgen op het moment dat Hij opgepakt wordt en veroordeeld wordt tot een afschuwelijke dood.

Mensen zijn geneigd met een gedachte of een overtuiging mee te gaan zolang het hen iets oplevert. Levert het niets op of sterker nog, verliest men er meer mee, dan haken mensen af. Jezus zegt dat we dit moeten doorbreken. Hem volgen betekent alles op te geven voor je naaste. Zelfs als jij jezelf verliest door er voor je naaste te zijn, je naaste boven jezelf te stellen, dan win je het Rijk van God.

God heeft het lijden niet gewild. Nog steeds wil God niet dat we lijden. Het lijden is echter een onderdeel van ons leven. Een mens kan niet zonder het lijden. God laat ons, in Jezus Christus, zien dat Hij ons wil steunen bij het lijden. Dat Hij samen met ons wil lijden. Dat heeft Hij laten zien door als God mens te worden en in alles mens te zijn. Ook in de dood. Het kruis, het lijden, wordt dan niet meer een doelloos teken, maar een teken van ultieme liefde voor de naaste. Jezus laat zien dat als je Hem wilt volgen je zover moet gaan dat jij jezelf opzij zet voor je naaste. Jezelf ondergeschikt maakt voor de ander. Ja zelfs jezelf op te offeren voor de ander.

Hoe kan God toestaan dat er zoveel verdriet en leed is op de wereld? Wij, de mensheid, laten het toe. God laat zien dat het lijden niet doelloos is, maar dat wij door het lijden een teken mogen zijn voor de ander. Hij laat daarbij zien dat het lijden niet het einde is maar een belofte voor Gods ultieme liefde voor de mens: de verrijzenis.

Ik heb in mijn leven de nodige verdrietige momenten meegemaakt. Menigmaal heb ik me afgevraagd waarom God dit kon toelaten. Vaak kon ik pas na dagen, weken en soms zelfs jaren de balans opmaken en merkte ik dat deze ervaringen mijn geloof in God en mijn wens Hem te volgen door mezelf te geven aan Hem en mijn naaste alleen maar versterkt heeft. Dit is niet gemakkelijk geweest maar ik voelde me gesteund door God en de mensen die klaar stonden voor mij in mijn moeilijke momenten. In die moeilijke momenten heb ik God van zeer nabij mogen ervaren. In de troostende schouder van mijn vrouw; in de bemoedigende woorden van mijn pastoor; in de ruimte die mijn kinderen mij gaven als ik dat nodig had. Herkende ik God in die tijd? Nee, maar nu wel. En in volle dankbaarheid denk ik terug aan Zijn aanwezigheid. Tegelijkertijd geeft Hij mij de opdracht hetzelfde te doen voor anderen als zij Hem nodig hebben in hun leven. Daar is God zeer concreet aanwezig. Dat is Jezus volgen.



Als diaken mag ik vaak een steun zijn voor de lijdende mens. Ik mag God bij de mensen brengen en ze de steun van God geven in hun meest kwetsbare, droevige momenten. Op zo’n moment besef ik dat mijn roeping tot het diaconaat een roeping is waarbij ik mezelf steeds meer moet wegcijferen voor God en mijn naaste. Ik moet hierbij vaak aan de woorden van Johannes de Doper denken in Johannes 3, 30: Hij moet groter worden, maar ik kleiner.

Voor mij is dit een centraal thema binnen mijn roeping tot het diaconaat. God heeft mij geroepen om de mensen dichter bij Hem te brengen.

Ik ben trots, dankbaar, maar vooral diep getroffen dat ik de lijdende mens op deze manier de troost van God zelf mag brengen. Ik besef daarbij dat ik dit uiteraard nooit alleen kan. Zonder de hulp van God kan ik niets en ik bid iedere dag dat Gods roepstem door meer mannen wordt gehoord zodat het ambt van diaken en priester weer gedragen wordt door velen.

Ik wil jullie vragen met mij mee te bidden voor roepingen voor het religieuze leven, het priesterschap en het diaconaat. Zodat meer en meer mensen Gods liefde en steun mogen ervaren, vooral in hun meest kwetsbare momenten. Zodat steeds meer mensen zichzelf, net als Jezus, volledig willen opofferen voor Hem en de naaste.

Het voorbeeld van Johannes is een inspiratie voor ons allen, niet alleen voor de diakens of priesters. Johannes roept ons allen op om in dienstbaarheid naar elkaar onszelf niet voorop te stellen, maar de ander. Om zo de lijdende mens God te laten ervaren. Maar ook om God te herkennen in de lijdende mens. Niet voor niets maken we een kruisteken. Hangen we een kruisbeeld in onze huiskamers. Het is het teken dat God in de lijdende mens aanwezig is. Het is het teken dat Hij ons vraagt met Hem mee te lijden. Het is het teken dat het lijden gevolgd wordt door de verrijzenis.

Hoe kan God het lijden toestaan? Hij laat het niet toe. Hij neemt het lijden van de mens over en laat zien dat het lijden zin heeft. In het lijden herkennen we God en weten we dat God in Zijn oneindige liefde heeft gedeeld in ons lijden. Hij laat ons zo zien dat Hij zelf in de lijdende mens aanwezig is. Zijn wij bereid Zijn kruis te helpen dragen?

Het moet wel dwaas zijn om in een God te geloven die het lijden niet wegneemt. Om in een God te geloven die zelfs zegt dat we bereid moeten zijn om net als Hij ons kruis op te nemen. Om je leven te geven voor de ander.

Voor velen is het inderdaad dwaas. Maar het geeft wel een betekenis aan het lijden. Zonder deze betekenis is het leven, het lijden, doelloos en zijn wij een speelbal geworden van het lot die ons soms hard kan treffen.

Het teken van het lijden, het kruis, is dwaasheid. Paulus zelf zegt het in zijn brief aan de Christenen van Korinthe (1 Kor, 23-25): Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor de joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, joden zowel als heidenen, is Hij Gods kracht en Gods wijsheid. Want de dwaasheid van God is wijzer dan de mensen, en de zwakheid van God is sterker dan de mensen.

Ik wil wel als dwaas en onwijs beschouwd worden. Want ik weet dat ik in de ogen van God wijs en sterk bevonden word.



Diaken John Dommeck


Geen opmerkingen:

Een reactie posten